Media Een bulkpropdukt tot toegevoegde meerwaarde brengen

/media/flashcomm?action=mediaview&context=normal&id=12548
  • 32
  • 0
  • 0
Delen
  • wezel
  • 1495 media
  • uploaded 15 augustus 2016

Agrarisch bulkprodukt een toegevoegde meerwaarde geven

Merijntje moest denken aan het begrip “toegevoegde meerwaarde” toen hij terecht kwam bij een speciale friteszaak in hartje Den Haag. Daar werd op een indrukwekkende manier waarde toegevoegd aan een simpele aardappel van het ras Agria. De frietzaak draait onder de naam “Frites Atelier” en dat is toch nog even wat anders dan het ordinaire woord “friettent of frietkot”.

De aardappelen werden betrokken via een toeleverancier en waren afkomstig van de rijke kleiakkers op Noord Beveland in de provincie Zeeland. Merijntje ging er van uit dat de teler voor deze aardappel misschien 15 cent de kilo had gebeurd. Geen spectaculaire prijs en je kunt er eigenlijk niet rendabel aardappelen voor telen. De prijs is gewoon te laag maar ja als teler kun je geen vuist maken en moet je al blij zijn dat je het produkt verkocht krijgt.

 

Maar dan…. Merijntje zag dat in “Frites Atelier” de friet werd verkocht in porties van circa 250 gram en dat voor prijs van 3,50 euro per bakje. Een simpele rekensom leert dan dat je 4 bakjes uit één kilo friet kan serveren tegen een prijs van 3,50 euro per bakje wat dan neerkomt op 14,00 euro per kilo friet. Merijntje beseft ook wel dat er kosten worden gemaakt om die friet bakklaar te krijgen en dat het bakken en de huisvesting va

n zo’n zaak op een dure lokatie op geld kost. Dat neemt niet weg dat één kilo Agria gesorteerd op friet formaat van 15 cent wordt opgewaardeerd tot 14,00 euro. Dat noemt men dan “toegevoegde meerwaarde” en Merijntje beseft ook wel dat dit een op zich zelf staand geval is. Toch zijn er met andere agrarische produkten nog tal van voorbeelden te zien. De teler of de producent kan er zelf niet zoveel mee en blijft veroordeeld tot het op de markt zetten van “bulk producten” waar iemand anders mee aan de slag gaat en er toegevoegde waarde aan gaat geven.

Er zijn melkveebedrijven die een deel van de melk tot kaas verwerken en er zodoende een meerwaarde aan geven. Er zijn ook tuinders die een deel van de produkten aan huis verkopen en er dan iets meer voor rekenen dan de reguliere handel betaalt en dus op die manier een toegevoegde waarde aan verbinden. Merijntje beseft de onmacht van de boer of tuinder met betrekking tot het tot meerwaarde brengen van zijn bulkprodukten. Men zal afhankelijk blijven van de verwerkende industrie en die dicteert de prijs. Aan de andere kant moet de individuele boer blij zijn dat er een moderne verwerkende industrie bestaat want als dat niet het geval was dan zag het er slecht uit voor onze agrarische mensen.

Gelijkertijd is Merijntje van mening dat die verwerkende industrie die de basisproduktie tot meerwaarde brengt niet zonder boeren en tuinders kan. De een heeft de ander nodig maar een feit blijft dat de revenuen van de toegevoegde meerwaarde voor het merendeel in de zakken komt van die verwerkende industrie. Gelukkig blijft er op individueel nivo nog voldoende ruimte om zelf aan een toegevoegde meerwaarde te werken. Dat vergt creativiteit inzet en durf en een goed inzicht in wat de markt graag wil en vraagt.

Show More

Video CMS powered by ViMP (Professional) © 2017, 2016, 2015, 2014, 2013, 2012, 2011, 2010